De afbraak van het Valkhof.

Eerst: grote stappen, snel thuis. Een tijdlijn.

Romeinen op het Valkhof

Op het Valkhof en omgeving bewoonden Romeinen en Bataven het Oppidum Batavorum.

Karel de Grote

Bouw Palts door Karel de Grote (768-814).

Vikingen (Noormannen)

De Vikingen woonden die winter op het Valkhof en staken het bij hun vertrek in de lente van 881 in brand.

Weer brand op het Valkhof

De burcht werd door de opstandige Godfried van Lotharingen deels verwoest.

Keizer Barbarossa

Keizer Frederik Barbarossa herbouwde het Valkhof en breidde het uit.

Valkhof verpand

Graaf Willem II van Holland verpandde het Valkhof aan de Graaf van Gelre.

Nederland bezet door de Fransen

De Valkhofburcht werd beschadigd, maar niet ernstig. Toch zagen de Gelderse Staten redenen om tot sloop te besluiten.

Sloop

Het Valkhof werd, op de twee waardevolle en nu nog bestaande onderdelen na, gesloopt.

Uitvoeriger

De Romeinen trekken zich in de vierde eeuw terug uit onze streken. Ze laten op het Valkhof een castellum achter dat in de loop van de jaren tot een ruïne vervalt. Het wordt herbouwd door de Frankische koningen, de Merovingen die zich als de natuurlijke opvolgers van de Romeinen beschouwen. Ze hebben veel overgebleven materiaal gebruikt. Dat moest wel, want in die tijd wist niemand meer hoe je stenen moest bakken. De nieuwe burcht zal dus veel elementen van het oude, Romeinse castellum hebben bezeten. Hier wordt hun bestuurscentrum gevestigd.

Rond 770 bouwt Karel de Grote in Nijmegen op de plaats van het castellum een palts op het Valkhof. Een palts was een paleis, kerk, verdedigingswerk en productieboerderij in één. Vanuit de palts op het Valkhof bestuurt Karel de Grote zijn enorme rijk dat zich uitstrekt van de Deense grens tot aan midden Italië. Zo heeft hij meer hoofdsteden die hij al reizend aandoet en die als bestuurscentrum dienst doen. Nijmegen is er één van.

In 880 veroveren de Noormannen het Valkhof en steken het in 881 in brand.

In 1047 wordt het Valkhof opnieuw in brand gestoken, nu door edellieden die tegen de Duitse koning Hendrik III in opstand komen; alleen de kapel uit plm. 1030 blijf behouden.

1155 herbouwt Keizer Frederik I Barbarossa ("Fred met de rode baard" zouden we nu zeggen) het Valkhof en breidt het uit, onder andere met de Donjon. De donjon is een reuzentoren die eeuwenlang, tot aan de sloop van de burcht, samen met de Stevenskerk het gezicht van Nijmegen bepaalde. Twee wachters over de stad.

De Barbarossaruïne is van deze burcht een restant. Ook de door Frederik Barbarossa in de burcht opgenomen nog veel oudere Nicolaaskapel uit eind 900 / 1013 maakte ervan deel uit.

Op 3 oktober 1247 werd Graaf Willem II van Holland op 20-jarige (!) leeftijd door de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier tot koning van Duitsland uitgeroepen. Hij was graaf van Holland en Zeeland (1234-1256). Willem dankte zijn koningschap van het Heilige Roomse Rijk (1248-1256) aan een peperdure verkiezingscampagne. Zijn verkiezingscampagne kostte zoveel geld dat hij in 1247 Nijmegen aan de Graaf van Gelre moet verpanden

Nijmegen is vanaf dat moment een Gelderse stad en is dat gebleven omdat het pand nooit is ingelost. Een beetje dubbel was het wel, in de ogen van de Nijmegenaren in ieder geval, omdat het alleen door een juridische kwestie zo kwam dat ze niet meer bij het Heilig Roomse Rijk hoorden en vooral: dat ze hun bijzondere positie en voordelen kwijt raakten.

Franse revolutie

Aan het einde van de achttiende eeuw brak in Frankrijk de revolutie uit. Ook in Nederland was het onrustig en Stadhouder Willem V werd door de Patriotten uit Den Haag verdreven en zocht in de winter van 1787-1788 zijn heil op de Valkhofburcht.

1794-1795 Enkele jaren later werd Nederland door de Fransen bezet. De burcht raakte licht beschadigd. Hij zou nog best opgeknapt kunnen worden. Toch besloten de Gelderse Staten in 1795 de burcht te laten slopen. Officiële reden was dat het onderhoud te duur zou worden.

In de situatie van toen was het een besluit dat te verwachten was. Vrijheid, gelijkheid en broederschap en vooral het tweede, DE doelen van de Franse Revolutie, waren voor velen niet te rijmen met een burcht waarin de elite al die eeuwen was gehuisvest en had huisgehouden. Maar ook jaloezie over de bijzondere positie van Nijmegen speelde een rol: Arnhem, Zutphen, Tiel en Harderwijk drongen met succes bij de Gelderse Staten op sloop aan.

In twee jaar tijd, in 1796 en 1797 is de burcht op de St. Nicolaaskapel en de Barbarossaruïne na gesloopt.

Romeinse resten waren in die tijd geliefd en de Romeinse tijd werd verheerlijkt. Omdat de kapel en de ruïne -in-wording als Romeinse resten werden beschouwd en omdat de stad Nijmegen de portemonnee wilde trekken voor het behoud van deze uiterst waardevolle restanten, werden ze gespaard. Gelukkig maar, anders was er niets meer van deze eeuwenoude historische plek overgebleven.

de Barbarossaruïne |  de St. Nicolaaskapel