Nijmegen telde ruim 2200 oorlogsdoden

In Nijmegen waren in WO2 totaal ruim 2200 doden te betreuren, 7% van alle burgerslachtoffers van Nederland, ver boven het gemiddelde.

Zo'n 900 van hen vielen als gevolg van twee bombardementen, één, dat het centrum wegvaagde, op 22 februari 1944 en één op de wijk Bottendaal in september 1944, met 99 slachtoffers. De overigen kwamen om in de oorlog of in de periode dat Nijmegen, na haar bevrijding in september 1944, nog ruim een half jaar frontstad bleef.


Nog geen halve minuut en 't hert was eruut (was het hart uit de stad)

Op 22 februari 1944 stegen, met het doel een aanval uit te voeren op vliegtuigfabrieken in het Duitste Gotha, vanuit Engeland 177 Amerikaanse bommenwerpers op. Weer en zicht waren zo slecht dat besloten werd om in plaats van Gotha "gelegenheidsdoelen" te gaan bombarderen. Voor Nijmegen werd voor het spoorwegemplacement in de omgeving van het station gekozen. Onkunde en onervarenheid leidden ertoe dat de bommen te vroeg werden afgeworpen en terecht kwamen in de binnenstad van Nijmegen, die voor een groot deel werd verwoest.

Toen de bommenwerpers richting Duitsland vlogen was er een luchtalarm afgegeven maar ze kwamen alweer terug met hun dodelijke last toen het sein veilig werd gegeven. Daardoor waren er veel mensen op straat.

De ellende werd nog groter doordat de hoofdwaterleiding werd geraakt. Er moest water uit de rivier de Waal worden gepompt. De waterdruk was te laag, de afstand (rond de 500 meter) en het hoogteverschil (30 meter) waren te groot. Grote delen van de binnenstad brandden in drie dagen volledig uit.

Vanwege onder meer de relatieve onervarenheid van de bemanningen had de keuze voor het doel nooit gemaakt mogen worden en de manier waarop de aanval werd uitgevoerd was beneden peil. Er was in die zin geen sprake van een vergissing dat Nijmegen daadwerkelijk als doel werd gekozen. De vergissing zat hem in een verkeerd uitgevoerde aanval op een doel dat bijna naast het centrum was gelegen.

Van de 800 doden waren er zo'n 200 jonger dan 16 jaar. In nog geen halve minuut was het centrum van de stad totaal verdwenen, was het hert uut de stad.

Hieronder vind je een fragment uit een film uit 1994. Wat vooral beklijft, is het verwarrende en onbegrijpelijke. Dat binnen enkele seconden zoveel mensenlevens en het leven van en in een bloeiende stad verwoest konden worden.

Voor veel Nijmegenaren die de stad voor de oorlog hebben gekend was "het hert er uut", was het hart uit de stad. Dat dat later, dankzij de veerkracht van de stad, heeft geleid tot een nieuw centrum met veel eeuwenoude accenten is een geschenk aan hen die in de vuurhaard hun leven lieten. Het is bovendien een geschenk aan u die hier rondloopt en zich verbaast over zoveel moois dat opnieuw is opgebouwd.

Het lang vergeten bombardement op Bottendaal

Het grote bombardement op de stad heeft een ander bombardement jarenlang doen vergeten. In de wijk Bottendaal zochten de bewoners bescherming in de kelders van een kapokfabriek die aan de De Ruijterstraat stond. 

Nijmegen was inmiddels bevrijd, maar was frontstad en zou dat tot aan het einde van de oorlog blijven. Toen kwam er het tweede, op een na grootste bombardement om dood en verderf te zaaien. Op 2 oktober 1944 vielen twee brandbommen op de fabriek waar 150 mensen in de kelders schuilden.  99 mensen konden niet uit het puin worden gered. Pas in 2017 is er voor hen een herdenkingsmonument opgericht.

Bron foto centrum na de bevrijding: RAN; Regionaal Archief Nijmegen