Nijmegen in de middeleeuwen.

Wat er in deze streken gebeurde sinds de Romeinen deze streken verlieten (rond 270 de meeste, rond 450 de laatste) is lange tijd onduidelijk gebleven. Dat is niet zo vreemd omdat na hun vertrek het gebied veel minder stedelijk was georganiseerd. Woningen en andere gebouwen waren bovendien vaak van hout. Hout wordt in de Nijmeegse bodem slecht geconserveerd.

Er zijn over die tijd ook minder geschreven bronnen en minder vindplaatsen van gebouwen, graven en munten bekend.

Toch zijn er genoeg vondsten gedaan om de continuïteit in de bewoning aan te kunnen tonen: in Nijmegen geslagen munten, aardewerk en grafvondsten. 

Omdat het rijk niet vanuit een centrale (hoofd)stad werd bestuurd had de vorst verspreid over het rijk meerdere plekken van waaruit ze bestuurden. Nijmegen was er een van. Karel de Grote verbleef hier verschillende keren op zijn palts op het Valkhof om zich met het bestuur van deze streken bezig te houden.
Keizer Frederik Barbarossa bouwde voort op de palts van Karel de Grote en liet vanaf 1155 op het Valkhof een burcht bouwen.

Een Gelderse stad.

Oudste stadszegel van NijmegenOp 31 augustus 1230 verleende Rooms-koning Hendrik VII Nijmegen stadsrechten op basis van de rechten van de stad Aken. Daarmee werd Nijmegen Rijksstad. Dit betekende dat de stad een eigen stadsbestuur en eigen rechtspraak kreeg. In 1233 kreeg Nijmegen zijn eigen zegel.

De stad heeft maar kort van dit voorrecht kunnen profiteren want al in 1247 werd Nijmegen onderdeel van Gelre toen Willem van Holland de burcht aan Graaf Otto II van Gelre en Zutphen verpandde om zo zijn schulden af te lossen. Omdat de schuld nooit werd ingelost is Nijmegen daarna altijd Gelders gebleven. 

De overgang naar Gelre was, hoewel waarschijnlijk een klap in het gezicht van de stad, niet slecht voor haar ontwikkeling. Graaf Otto stak veel geld en energie in de ontwikkeling van Nijmegen. In de periode die volgde ontwikkelde de stad zich snel en goed om uiteindelijk met afstand de belangrijkste in het Hertogdom te worden.

Middeleeuwse feiten over Nijmegen.

In 1274 werd na een bouwperiode van 24 jaar de Stevenskerk geopend.
Aan het eind van de 13e eeuw werd de stad versterkt met een aarden wal, die vanaf het Valkhof (dwars door het huidige centrum) tot aan de Oude Haven liep.

Begin 14e eeuw ontstond aan de voet van de Valkhofheuvel een levendige handel. In 1402 werd Nijmegen een Hanzestad. In het eerste kwart van de 15e eeuw werd er een stenen muur om de oude stad heen gebouwd, ter vervanging van de aarden wal.

Het culturele klimaat was goed: rond 1400 werden hier de grondleggers van de Nederlandse schilderkunst geboren: Maelwael  en de Gebroeders Van Lymborch (tot voor kort ten onrechte van Limburg). Vreemd genoeg zijn die in alle buitenlanden beter bekend en worden die hoger gewaardeerd dan in ons eigen land. Een uitzondering vormen de prachtige en blijvend unieke tentoonstelling in 2005 (Valkhofmuseum, Nijmegen) en een mooie tentoonstelling in 2017 (Rijksmuseum, Amsterdam).

Er ontstond een levendige handel, het godsdienstig leven, zo belangrijk in de Middeleeuwen, floreerde en de stad had een belangrijke stem in de ontwikkeling van Gelre en daarmee van het Nederland zoals we dat nu kennen.
Gebruik is gemaakt van Wikipedia en een lemma op de site van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Deze pagina is het laatst gewijzigd op 16-04-2019.