Mariken van Nieumeghen en Moenen

Deze pagina maakt deel uit van de wandeling Grote Markt en omgeving.


Genoeg gezien van het Waaggebouw? Draai je dan om en ontdek

Het beeld van Mariken

Haar verhaal vind je hieronder.

Het beeld van Mariken op de Grote Markt is van Vera van Hasselt (Vera Tummers - van Hasselt) (1924-2014). Door een gift van warenhuis V&D kon het in 1957 op de Grote Markt worden geplaatst. V&D bedong dat Mariken naar het warenhuis moest kijken. Ook nu V&D is verdwenen kijkt ze nog naar het pand waarin het warenhuis was gevestigd.

Mariken draagt haar boodschappenmandje waarmee ze naar Nijmegen naar de markt ging.

Van hier begint haar wereldberoemde verhaal. Wereldberoemd, want tot zelfs in Oost-Turkije zijn er versies van bekend.

Van Vera van Hasselt is ook het Vierdaagsemonumentje in het Julianapark nabij de Wedren (1966).

Een beeld van Moenen, de duivel die Mariken verleidde, kom je zo dadelijk tegen, aan het Stevenskerkhof .

De legende van Mariken in 't kort

De middeleeuwse legende van Mariken

Mariken woont in bij haar oom, de priester Gijsbrecht, in een plaats in de buurt van Nijmegen. Gijsbrecht stuurt haar om boodschappen naar de markt in Nijmegen. Het is al avond als ze terug naar huis wil, maar dat is nu te gevaarlijk. Haar tante wil haar echter geen onderdak bieden. Wanhopig gaat Mariken dan toch maar op pad.

Ze is zo bang dat het haar niet uitmaakt of God of de duivel haar zal helpen. Ze zegt (en onder op de sokkel kun je die tekst lezen)

Comt nu tot mi ende helpt mi beclaghen
God of die duuel, tes mi alleleens
 
Kom nou toch en heb medelijden met me
god of de duivel, dat is me om het even

De duivel, vermomd als mens stelt zich voor als ‘Moenen met het ene oog’ en belooft haar kennis en rijkdom als ze met hem meegaat. Ze moet dan wel haar naam veranderen: hij wil liever niet aan Maria herinnerd worden. Emmeken wordt haar nieuwe naam, een naam die natuurlijk verwijst naar haar eigenlijke naam.

Emmeken en Moenen reizen naar Antwerpen, waar ze zeven jaar lang een wild en zondig leven leiden. Dan wil Emmeken haar familie terugzien. Ze gaan naar Nijmegen en ze zien daar de opvoering van een wagenspel dat gaat over Gods genade. Emmeken krijgt spijt van haar zondig leven. Dat is tegen de zin van de duivel. Hij pakt haar op, de lucht in en laat haar vallen om zo haar nek te breken. Dan kan hij haar ziel mee naar de hel nemen.

Doordat haar oom voor haar heeft gebeden wordt ze gespaard en overleeft ze de val. Samen reizen ze af naar de paus om vergeving te vinden voor haar zondige jaren. De paus geeft haar drie metalen ringen, één om haar nek en twee om haar armen. Als de ringen eraf vallen, is dat een teken dat God haar vergeven heeft. Daarop gaat Mariken het klooster in. Vele jaren doet ze boete en dan verschijnt er in haar slaap een engel die de ringen verwijdert.

Twee jaar later sterft ze.

Verder: Gewandhuis of Lakenhal

Deze pagina werd het laatst aangepast op 21-01-2020.