Romeinse plekken in het centrum van Nijmegen.

Valkhof, Kelfkensbos en Josephhof.

Op deze toen nog aaneengesloten vlakte was het altijd al een drukte van belang.

Eerst de uitleg, dan de wandelroute.

Toen de Romeinen enkele tientallen jaren voor het begin van onze jaartelling in deze streken arriveerden zochten ze natuurlijk plekken die goed te verdedigen waren en waar ze op een niet al te ingewikkelde manier konden voorzien in hun eerste levensbehoeften.

Het lag daarom nogal voor de hand dat ze uitkwamen op de plek waar nu Nijmegen ligt. Er waren heuvels van waar af je een geweldig uitzicht had op de verre omgeving en je de vijand dus goed kon zien aankomen. Er er was water bij de hand voor vis: talloze beken en, ook voor handel, de rivier: Vahalis: de Waal.

In het begin was het natuurlijk het belangrijkst dat de eenmaal bezette gebieden behouden konden blijven en konden worden uitgebreid. Daarom zijn de Romeinen begonnen met de legering van soldaten. Dat gebeurde in ieder geval op de Hunnerberg. In dezelfde periode (19-16 voor Chr.) werd het Oppidum Batavorum gesticht. Met de Bataven hadden de Romeinen een bondgenootschap, wat ze goed uitkwam omdat de Bataven het gebied op hun duimpje kenden en bovendien uitstekende ruiters waren.

Deze "versterkte nederzetting van de Bataven" werd door de Romeinen opgericht. Slim, want dan konden de hun bondgenoten, die eigenlijk in de Betuwe (Bataven / Betuwe!) hun thuisbasis hadden, beter in de gaten houden.

Deze nederzetting, ook Batavodurum genoemd, die een gemengde Romeins - Bataafse sfeer en bebouwing had, lag in het gebied rond het Valkhof, Kelfkensbos, Josephhof en een deel van het centrum ten westen hiervan. Een deel van de gebouwen was van steen maar het merendeel van hout. Het stratenpatroon was echt Romeins: net als New York in vierkanten verdeeld.

De wandelroute.
 

Start: het Spoorwegmonumentje nabij het Valkhofpark.  (Kaartje rechts, op mobiel even het pijltje aanraken)

Als je de engel van het spoorwegmonument (1) in de ogen kijkt, zie je daarna voor je het Valkhofpark. Rechts van je zie je dan de steile Voerweg, een verder uitgegraven gracht die langs het Valkhof lag. Valkhof en Kelfkensbos (nog wat meer naar rechts, schuin achter je) waren dus één aaneengesloten gebied. Samen met de Josephhof (6) achter de rij restaurants (wéér wat verder met de klok mee) was dit het tot nu toe bekende deel van Oppidum Batavorum, waarover hieronder meer.

Extra link: Spoorwegmonumentje

Valkhof

Loop van het spoorwegmonumentje (1) naar het park. Als je rechtdoor blijft lopen zie je de St. Nicolaaskapel. Als je aan de rand over de balustrade kijkt (2), zie je de muur van de toren waar je nu op staat. Waarschijnlijk is dit een van de hoektorens van het Romeinse castellum dat hier heeft gelegen. Of dit hier echt een zichtbaar restant van dat castellum is, zal in de loop van 2019, 2020 blijken als de toren wordt gerestaureerd.//

Klik op deze links als je meer over de Nicolaaskapel wilt weten of over het Valkhof in het algemeen.

Volg om de kapel heen het pad dat naar links, van de kapel verder het park in buigt, langs de half ronde Barbarossaruïne (3). Die ziet er Romeins uit, wat te verklaren is doordat keizer Frederik Barbarossa voor de herbouw van de Valkhofburcht rond het jaar 1155 veel materiaal van het Romeinse castellum heeft gebruikt.

Meer over de Barbarossaruïne.

Als je nu voorlangs de ruïne rechtdoor loopt kom je over een bruggetje (4) over de Voerweg. Dit bruggetje herdenkt het "Driemanschap" dat bestond uit J. Graadt van Roggen, M. Francken en H. Terwindt. Deze drie hebben zich vooral ingezet voor de sloop van de wallen en de uitleg van de stad. Het prachtige smeedijzeren hek aan het eind en het bruggetje zelf dateren van 1886.

Sloop van de wallen

Kelfkensbos

Eenmaal over het bruggetje zie je het kunstwerk Noviomagus (5). Het herinnert aan de Romeinse Godenpijler die hier in de buurt stond. Van deze pijler zijn twee delen teruggevonden toen de parkeergarage hieronder werd gebouwd. De originele delen vind je in het Museum Het Valkhof. In dit kunstwerk zijn afgietsels gebruikt. Meer over de Godenpijler die bovendien een zonnewijzer is.

Loop nu parallel aan het museum verder, steek de straat over (pas op, want hier slaan auto's af naar de Parkeergarage en aan de overkant komen er uit!) en vervolg je wandeltocht naar rechts langs de restaurants. Na even lopen is er aan de linkerkant een onderdoorgang (6) waardoor je op de Josephhof komt. Je ziet meteen een informatiepaneel met uitleg.

Josephhof

Op de Josephhof, achter de rij restaurantjes, werden in 2005 opgravingen gedaan voordat de nieuwe wooncomplexen zouden worden gebouwd. Er werden duidelijke brandsporen gevonden van de Bataafse opstand waarbij het Oppidum in brand werd gestoken. Er werden kelders van stenen huizen blootgelegd: de oudste stenen huizen van ons land. De huizen stonden in een rij en waren aan de voorkant 6 meter breed. Ze lagen langs een weg waarvan het tracé overeenkomt met de huidige St. Jorisstraat-Kelfkensbos, waar de restaurants aan liggen. Sommige huizen hadden zelfs wandschilderingen zoals je die ook in Rome kon aantreffen.

Zoals zo vaak heeft hier projectontwikkeling het gewonnen van de geschiedenis. In de kelder van het gebouw dat wat verderop rechts aan de straat ligt zijn gelukkig de belangrijkste gevonden resten bewaard. Met de Open Monumentendagen kun je die soms bekijken. Op andere dagen moet je het doen met een blik in de kijkkast (kaartje op nummer 7).

Mocht je ook nog de archeologische opgravingen willen zien die onderaan de Valkhofheuvel zijn gedaan, dan kun je, opnieuw vanaf het spoorwegmonument, de trappen aflopen, onderaan meteen rechtsaf slaan en De Bastei bezoeken.