De Godenpijler van Nijmegen

... een overtuigend bewijs dat Nijmegen de eerste stad in het huidige Nederland was.

Nijmegen kende in de Romeinse tijd enkele bevolkingsconcentraties.
In de eerste plaats de grote legerkampen van onder meer het Tiende Legioen in het oosten van de stad op de Hunnerberg en Kopse Hof.

In het westen van de stad, in het tegenwoordige Waterkwartier, lag een grote burgerlijke nederzetting: Ulpia Noviomagus

Er was ook een handelsnederzetting aan de Waal, aan de voet van het Valkhof, nabij De Bastei.

Bovenaan de heuvel, op en rond het Valkhof tenslotte, lag het Oppidum Batavorum (de stad van de Bataven).

Binnen deze nederzetting stond een Romeinse godenpijler. Van deze pijler zijn in 1980, bij de bouw van de parkeergarage onder het Kelfkensbos, twee grote blokken teruggevonden.

Godenpijlers werden alleen in steden, in bestuurlijke centra opgericht. Onze pijler dateert, blijkt uit de daarop aanwezige voorstellingen, uit het jaar 17. Uit deze gegevens ontstaat het bewijs dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is.

Een verantwoorde reconstructie van de héle Romeinse godenpijler kon niet, daarvoor ontbrak er teveel.

Als alternatief is er een nieuwe pijler opgericht. Het is een eigentijds monument geworden waar de twee gevonden blokken deel van uitmaken. Het is het symbool geworden van 2000 jaar samenleven in Nijmegen. Tegelijkertijd maakt het de herinnering aan de Romeinse godenpijler zichtbaar.

In het kunstwerk dat hier vóór het museum staat zijn afgietsels van de gevonden blokken opgenomen. De originelen kun je in het museum bekijken.

Een geheimpje, special voor jou! De pijler is ook een zonnewijzer! Nieuwsgierig?

Over de oorspronkelijke pijler

De oorspronkelijke pijler bestond uit minstens vier delen. De reliëfs in het midden zijn nog compleet, van de onderste en bovenste is een kwart bewaard gebleven. Op elkaar gestapeld moeten die delen ruim 3,5 meter hoog zijn geweest.

Aan elke zijde waren dan drie reliëfs over de vier blokken verdeeld.

Hoogstwaarschjnlijk was de zuil zelfs aanzienlijk hoger: met meer dan vier blokken, met een sokkel onderaan en met een bekroning er bovenop.

Een van de reliëfs in het midden toont Tiberius, stiefzoon en opvolger van de eerste Romeinse keizer Augustus. Hij brengt een offer aan de goden. Je ziet hem uit een schaal wijn op een altaar voor hem te gieten. Zijn afgekorte naam: Tib(e)r(ius) C(ae)sar staat er ook op. Victoria, de godin van de overwinning houdt een lauwerkrans boven zijn hoofd.

Welk militair succes hier wordt gevierd, is niet helemaal zeker. De scène verwijst misschien naar de triomftocht die Tiberius in het jaar 12 na Christus in Rome mocht houden naar aanleiding van zijn overwinningen op de Balkan enkele jaren eerder. Volgens een andere theorie dateert het monument van na de troonsbestijging van Tiberius in het jaar 14 en is het opgericht na beëindiging van een reeks veldtochten tegen de Germanen in 15-16 na Christus. Daaraan heeft hij als keizer overigens niet zelf meer deelgenomen.

Tiberius bevindt zich op de pijler in het gezelschap van enkele goden waaronder Apollo, Diana, Ceres en Bacchus, die staan voor de bovennatuurlijke steun die Tiberius en de zijnen ten deel viel.