Mariken van Nieumeghen en Moenen

Het verhaal van Mariken stamt uit 1500 - 1550. De oudste druk die we kennen is van Willem Vorsterman uit 1515. P. Leendertz jr. ontdekte het in de toenmalige Hof- und Staatsbibliothek te München. Wat veel mensen niet weten is dat er nog een post-incunabel  uit het begin van de 16e eeuw bestaat, namelijk van een Engelse versie getiteld Mary of Nemmegen


Mariken is de hoofdpersoon uit een Middeleeuwse legende die in het kort als volgt verloopt.

Mariken woont in bij haar oom, de priester Gijsbrecht, in een plaats in de buurt van Nijmegen. Gijsbrecht stuurt haar om boodschappen naar de markt in Nijmegen. Het is al avond als ze terug naar huis wil, maar dat is nu te gevaarlijk. Haar tante wil haar echter geen onderdak bieden. Wanhopig gaat Mariken dan toch maar op pad.

Ze is zo bang dat het haar niet uitmaakt of God of de duivel haar helpt. 

Comt nu tot mi ende helpt mi beclaghen
God of die duuel, tes mi alleleens
Kom nou toch en help me
god of de duivel, dat is me om het even

Deze prachtige middeleeuwse tekst tekst staat op de sokkel onder het beeld.

De duivel, vermomd als mens spreekt haar aan. Zo'n wens is immers kaasje!

Hij stelt zich voor als ‘Moenen met het ene oog’ en belooft haar kennis en rijkdom als ze met hem meegaat. Ze moet dan wel haar naam veranderen: hij wil liever niet aan Maria herinnerd worden. Emmeken wordt haar nieuwe naam, een naam die natuurlijk verwijst naar haar eigenlijke naam.

Emmeken en Moenen reizen naar Antwerpen, waar ze zeven jaar lang een wild en zondig leven leiden. Dan wil Emmeken haar familie terugzien. Ze gaan naar Nijmegen en zien daar de opvoering van een wagenspel dat gaat over Gods genade. Emmeken krijgt spijt. De duivel pakt haar op, de lucht in en laat haar vallen om zo haar nek te breken. Dan kan hij haar ziel mee naar de hel nemen.

Doordat haar oom voor haar heeft gebeden wordt ze gespaard en overleeft ze de val. Samen reizen ze af naar de paus om vergeving te vinden voor haar zondige jaren. De paus geeft haar drie metalen ringen, één om haar nek en twee om haar armen. Als de ringen eraf vallen, is dat een teken dat God haar vergeven heeft. Daarop gaat Mariken het klooster in. Vele jaren doet ze boete en dan verschijnt er in haar slaap een engel die de ringen verwijdert.

Twee jaar later sterft ze.

Het beeld van Moenen, de duivel

Het beeld van Moenen staat bovenaan de Geert van Woutrappen. Die trappen leiden van de Stikke Hezelstraat naar het Stevenskerkhof. Als je op het Stevenskerkhof loopt vind je ze naast de Latijnse School, tegenover de ingang van de kerk, het Zuiderportaal.

Het beeld is van Piet W. Killaars (Tegelen 1922).