Hunnerpark westkant

De ruïne van de Gertrudiskapel

In het park loop je van de weg, de kiosk en het beeld van Canisius weg naar het noorden. Aan je linkerhand zie je dan een viaduct dat van de stadswal naar Belvedère (hierna) leidt.

Hier, aan beide zijden, zie je de restanten van de Sint Gertrudiskapel. Zij is in 1884 ontdekt toen het viaduct werd aangelegd.

Deze Gertrudiskapel werd rond 1460 gebouwd, nog net binnen de wallen. Het muurwerk wordt grotendeels bedekt door de aarden wal die in de late 16de eeuw achter de muur werd gestort om die te verstevigen.

Op deze zelfde plek stond vermoedelijk de eerste parochiekerk van Nijmegen, mogelijk al in de tijd van Karel de Grote. Deze kerk was aan de heilige Stephanus gewijd. Deze Stephanuskerk werd in 1249 gesloopt omdat hij in de weg stond bij de verdediging van de burcht op het Valkhof.
Bij de kerk hoorde zoals gewoonlijk een kerkhof. Ook na de sloop van de kerk bleef dat kerkhof gehandhaafd; er vonden jaarlijks processies naar plaats, ook al stond er geen kerk meer bij.
Enkele graven die van dit kerkhof afkomstig zijn zijn aangetroffen in de Barbarossaruïne.

Rond 1580 moest de stadswal worden verstevigd omdat die niet bestand was tegen het nieuwe oorlogstuig. Achter de stadsmuur werd daarom een extra muur gemetseld en daarachter werd de aarden wal gestort. De kapel stond daarbij in de weg en werd grotendeels gesloopt. Wat je ziet zijn de overgebleven muren. De wal ligt er nog. Je kunt er een mooie wandeling over maken. Je leest er hier meer over.

En wat is er met de parochiekerk gebeurd? Na de sloop in 1249 werd op de toen nog nauwelijks bebouwde heuvel Hundisburg (Hundsburg), midden in het huidige centrum, een nieuwe kerk gebouwd. In 1273 werd die door de Keulse wijbisschop, de later heilig verklaarde Albertus Magnus gewijd: de St. Stevenskerk op wat nu de Grote Markt is.

De Belvedère

De Belvedère ("mooi uitzicht") zie je aan de noordkant van het viaduct. Zoals die er nu staat te pronken is hij in de 17e eeuw gebouwd op de fundamenten van een verdedigingstoren die deel uitmaakte van de stadswallen. Die muren liepen door tot in de Waal, onderbroken door de Hunnerpoort. Die stadspoort stond op de plaats van het Bloemenwapen.

De "sokkel" van de toren is het fundament van de oude toren die een verdedigende functie had. 

De Belvedère verloor de functie van verdedigingstoren in 1646. Toen werd het een "speelhuis" voor de Nijmeegse elite. Toen werd boven de ingang het stadswapen aangebracht. Wat je ziet is een getrouwe kopie uit 1888 van die enorme gevelsteen. Het bovenste gedeelte van het origineel is ingemetseld in de toegang tot de Gedeputeerdenplaats, helaas in het stadhuis (dus niet zoals alle andere gevelstenen, zichtbaar van buiten).

De toren heeft wel wat van zijn dominante uiterlijk verloren omdat de weg naar de Waalbrug verhoogd moest worden aangelegd . Daardoor werd het hoogteverschil kleiner en de toren wat minder indrukwekkend. Maar de aanblik van beneden omhoog is nog steeds imposant en het uitzicht van bovenaf is nog steeds prachtig. 

Het bloemenwapen

Vlakbij de Belvedère, wat naar beneden in westelijke richting, ongeveer op de plek waar nu 's zomers het bloemenwapen ligt, lag de Hunnerpoort die samen met de Kraanpoort, de Hezelpoort en de Molenpoort tot de belangrijkste stadspoorten behoorde.

Het bloemenwapen bevat 10.000 plantjes. Het wapen van Nijmegen bestaat uit een Gelderse leeuw gevangen in onze dubbelkoppige adelaar, geflankeerd door twee schildhoudende leeuwen en gekroond met een keizerskroon en het woord Noviomagus.

Het bloemenwapen, naar idee en ontwerp van Piet of Peter Verwey, opzichter bij de Nijmeegse plantsoenendienst is inmiddels meer dan 60 jaar een bezienswaardigheid voor duizenden bezoekers van de stad.