Kronenburgerpark

Het Kronenburgerpark ligt tegen één van de weinige gespaarde overblijfselen van de laatste stadswallen. Kaartje

Die laatste stadsomwalling liep tot aan de sloop in 1874, rond het hele huidige centrum van de stad. De drie Walstraten (de Eerste, Tweede en Derde Walstraat) geven hun loop aan. Andere fragmenten van de wallen vind je nog in het Hunnerpark, aan de andere kant van het centrum. Je kunt hier op deze site ook zien hoe de wallen steeds werden uitgebreid.

De stadsmuur en de Kronenburgertoren vond men zo de moeite waard dat al snel, in 1880 met de aanleg van het park werd begonnen. Behalve de toren en de muur werd ook het restant van de droge verdedigingsgracht voor de aanleg gebruikt. Het idee was van de Belgische tuinarchitect Liévin Rosseels. Achter de wallen ligt de Parkweg. Deze weg werd verhoogd aangelegd zodat de bewoners van de stad, die net verlost waren van de hoge muren rond hun stad, nu vrij zicht hadden.

Kronenburgerpark Nijmegen,
 sloop van de stadswallenDe ruim dertig meter hoge Kronenburgertoren domineert het park. Deze toren, die ook wel Kruittoren wordt genoemd maakte deel uit van de tweede omwalling en werd in 1425, 1426 gebouwd. De muur maakte vandaar aanvankelijk een knik de stad in. Een deel van die muur is niet zo heel lang geleden gevonden in het centrum, nabij Plein '44 (zie Verloren Toren) Later werd de omwalling uitgebreid en werd de stadsmuur naar het zuiden verlengd. Als je vanuit het park naar de toren kijkt kun je zien dat die muur, rechts van de toren, van latere datum is. Die stamt uit de 16e eeuw.

Meer naar rechts staat het rondeel De Roomse Voet (te bekijken door over het bovenpad te gaan). Hij is een beetje tè mooi gerestaureerd naar mijn idee. Honderd meter verderop ligt de Sint-Jacobstoren. Die kun je eveneens van dichtbij bekijken door even het pad ernaartoe te beklimmen.

Bovenop deze laatste toren stond tot 1887 de Sint Jacobsmolen of Polmolen. De gemeente wilde de molen in het kader van de ontmanteling zo snel mogelijk kopen en afbreken, maar de eigenaar van de molen wist zijn eigendom, die de bijnaam Sans Souci had gekregen, nog tot 1887 te behouden.

Een reliëf boven een venster van een woning op de hoek van de Parkweg en de Van Berchenstraat, hier op een steenworp afstand, herinnert aan deze molen.