Het Valkhof.

Aan de wieg van de Europese cultuur.

Snel naar: wat je in het park ziet | de afbraak van het Valkhofde Barbarossaruïne |  de St. Nicolaaskapel |

Prehistorie

Het gebied van het Valkhofpark was in de prehistorie, samen met het Kelfkensbos, een plek waar de doden werden begraven. De Voerweg, de diepe weg die de heuvel doorsnijdt en naar de Waal voert, was er nog niet. Die werd in de 15e eeuw gegraven. Maar er lag al wel een weg parallel aan de Waal waarlangs wat boerderijen stonden.

Bataafse nederzetting

Rond 50 voor Chr. trokken de Bataven het rivierengebied binnen: het gebied dat nu de Betuwe, het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen omvat. Met zo'n geweldig uitzicht was Nijmegen natuurlijk een toplocatie. Wat nu het Valkhof en Kelfkensbos is maakte dan ook deel uit van de Bataafse versterking: Oppidum Batavorum. Meer over het Oppidum Batavorum.

Romeinen

In 57 voor Christus kwamen de Romeinen onder aanvoering van Gajus Julius Caesar het huidige Nederland binnen. Hier begint de geschiedenis van wat later Nederland zou gaan heten.

Natuurlijk was de heuvelrug ook voor hen interessant. Maar de tactiek van de Romeinen was: geen ruzie met de gevestigde stammen, maar samenwerking. Een kleine nederzetting op de plaats van het huidige Keizer Traianusplein was genoeg om èn de Bataven in hun Oppidum èn de veroverde gebieden in de Betuwe en Maas en Waal in de gaten houden.

De Bataafse Opstand

De Bataafse burgers en de Romeinse militairen konden redelijk goed door één deur. De Bataafse ruiters, die bij de Romeinen in hoog in aanzien stonden, werkten met de Romeinen samen. Tegen 70 n. Chr. kwam de klad in deze samenwerking en brak de Bataafse Opstand uit. De Bataven werden onderworpen maar opnieuw kozen de Romeinen voor een vreedzaam naast elkaar bestaan.

De Bataafse opstand werd veel later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, het symbool van het streven van Nederland naar zelfbeschikking. Ook in de tijd van de republiek was de Bataafse opstand een vrijheidssymbool.

Voor dit verhaal over het Valkhof gaan we even voorbij aan de verdere Romeinse geschiedenis.

Na de Romeinen

Nadat rond 400 de Romeinen vertrokken kreeg Nijmegen vooral te maken met de Franken. Tot ongeveer de 11e eeuw verdween de stedelijke cultuur in deze gebieden en het rijk werd verdeeld in talloze kleine rijkjes.

Met zo'n ideale ligging is het logisch dat het gebied bewoond is gebleven en er zijn daadwerkelijk muntvondsten gedaan waaruit duidelijk is geworden dat Nijmegen in de Frankische tijd aansluitende bewoning kende. Er ontbreken echter uit die tijd schriftelijke bronnen en ook archeologische vondsten zijn schaars. Ook werd bijna uitsluitend gebouwd in hout. Hout is in de Nijmeegse bodem geen lang leven beschoren. Het Valkhof is nooit aan een intensief archeologisch onderzoek onderworpen is geweest. Heel véél weten we dus niet uit deze periode.

Het eerste bouwwerk dat uit deze wat duistere periode opdoemt is een kerkje, de eerste parochiekerk van Nijmegen, die tussen 600 en 650 werd gebouwd op het terrein van de Valkhofburcht. Dit kerkje is een van de voorlopers van de Stevenskerk.

Karel de Grote

Vanaf het midden van de achtste eeuw maakte Nijmegen opnieuw deel van een wereldrijk uit.

Nijmegen was Keizer Karel de Grote's noordelijkste woonplaats. Keizers en koningen hadden geen vaste plek van waaruit ze regeerden. Ze reisden van stad naar stad. Hier in Nijmegen bouwde Karel op de plaats van het voormalige Romeinse castellum een palts. Deze palts heeft hij enkele malen, zoals met Pasen in 777, bezocht. Ook daarna is het Valkhof bezocht door koningen en keizers. Nijmegen was, na Aken, voor de opvolgers van Karel de Grote een geliefde residentie. In de negende eeuw werden er vooral Rijksdagen gehouden.

Fast forward

  • Vanaf het midden van de negende eeuw werden nieuwe handelssteden zoals Groningen, Stavoren, Tiel en Utrecht èn Nijmegen belaagd door de Noormannen. In Nijmegen werd de burcht in 880-881 in brand gestoken.
  • Rond 1030 werd de St. Nicolaaskapel gebouwd. In 1047 werd de burcht zwaar beschadigd toen de leenmannen van de Duitse keizer de boel in brand staken omdat ze met hem in conflict waren. Pas een eeuw daarna werd de burcht weer in gebruik genomen.
  • De palts is in de eeuwen die volgden uitgebreid, verbouwd en zelfs herbouwd.
  • De St. Nicolaaskapel is het oudst (zelfs een van de oudste stenen bouwwerken van Nederland) en stamt uit de late 10e,  vroege 11e eeuw. Hoe de burcht ook veranderde in de tijd, deze kapel bleef de constante factor.
  • De St. Maartenskapel is gebouwd toen keizer Frederik Barbarossa zo rond 1155 de burcht herbouwde. Daarom wordt deze Maartenskapel meestal de Barbarossaruïne genoemd.

Wat je hier ziet.

Als je zo om je heen kijkt, kun je je waarschijnlijk nauwelijks een voorstelling maken van hoe het er uit zag hier vanaf pakweg 1155 tot aan de sloop in 1796-1797.

Allereerst: de burcht is vaak verbouwd, uitgebreid, deels weer gesloopt, in brand gestoken enz. Eén uiterlijk bestaat dus niet. De meeste informatie geven schilderijen uit voorbije eeuwen (met alle vrijheid die kunstenaars hebben), maar de situatie van daarvóór kennen we niet. Er is op deze belangrijke plek ook nog maar weinig archeologisch onderzoek gedaan.

Een kaartje, afkomstig van stadsarchitect Ir. Weve, van voor de sloop in 1796 gebruiken we om een beeld te schetsen van de laatste jaren van de burcht.

Stel je voor dat je met je rug naar de trap staat die, tegenover de ingang van de kapel naar beneden leidt. De groene punt zo ongeveer.

Dan zie je de St. Nicolaaskapel links voor je. Een eind verderop stond een hoge toren, de Donjon. De kapel was met een vleugel met de Donjon (rood vierkant) verbonden. Min of meer haaks op deze vleugel annex Donjon liep een gebouw naar rechts. De ruïne die je wat verder naar rechts in de verte ziet was aan de achterkant met deze vleugel verbonden (groene rechthoek).

Op het plein dat zo resteert waren enkele putten aanwezig. Achter je was de muur rond het kasteel die links met een bocht naar rechts om de kapel liep en verder liep tot ongeveer waar nu de bunker uit de Tweede Wereldoorlog is. Hij liep verder door langs de rand en kwam met twee bochten weer bij je terug. In die muur was, helemaal aan het eind rechts van je, de toegangspoort.

Kijk of loop nog even naar de rand van het plateau om over de Waal, de Stadswaard en de uitbreiding van Nijmegen in het noorden te kijken. Op het hek, links, staat: Hic stetic hic frendens aquilas hic lumine torvo claudius ultrices vidit adesse Manus.

Vrij vertaald wil dat zoveel zeggen als:  Hier stond Claudius (Civilis) (moet tegenwoordig zijn: Julius (Civilis)) met grimmige blik te knarsetanden toen hij de Romeinse troepen met de banieren met adelaars zag naderen. Op deze plek stond de noordwestelijke hoektoren van de burcht. Je staat als het ware op het onderste deel van de toren. Als je het pad hieronder afloopt, zie je de muur ervan.

Valkhof als symbool voor de uitzonderlijke positie van Nijmegen in Gelre

Bedenk dat het hier een drukke bedoening was, met soldaten, personeel, burgers uit de stad die ieder met hun eigen taak of bedoeling hier waren. Bedenk ook dat de burcht ook een symbool was van de uitzonderlijke positie die Nijmegen innam in Gelre. Kort door de bocht: juridisch hoorde het bij Gelre omdat het was verpacht aan de hertog maar het bleef voor de stad een deel van het heilige Roomse Rijk waarover de Duitse keizers en koningen de scepter zwaaiden. 

Die speciale positie, die ook allerlei voordelen met zich bracht, is misschien ook een reden geweest waarom steden als Tiel, Zutphen, Harderwijk en Arnhem alleen al uit jaloezie voorstander waren van de sloop. Met zoveel stemmen vóór was sloop niet meer te voorkomen.

Het Valkhof is eeuwenlang een strategische plek geweest. Ook uit de Tweede Wereldoorlog ligt er nog een bezienswaardig element in het park: een bunker uit de Tweede Wereldoorlog. De bunker is (beperkt) te bezichtigen. Info: www.valkhofbunker.nl/

Over de afbraak van het Valkhofde Barbarossaruïne |  de St. Nicolaaskapel |