Het zuidelijke landhoofd bij de Nijmeegse spoorbrug

De aanleg van een nieuwe spoorlijn is nog altijd een belangrijke gebeurtenis. Iedereen zal zich de aanleg van de Betuwelijn herinneren. Hoe moet dat geweest zijn in een tijd dat er nog nauwelijks treinen reden en er door alle belangrijke steden en stadjes gevochten werd voor een aansluiting op het spoorwegnet.

Nijmegen kreeg als laatste van de grote steden een verbinding met andere steden. Lang werd het tegengehouden vanwege nationaal belang. Een uitzondering was de verbinding met Kleve. Daarover hier meer.

Vooral de strategische positie van Nijmegen maakte de aansluiting op het landelijk spoorwegennet lange tijd onbespreekbaar. Nijmegen maakte namelijk deel uit van de gordel van steden en forten die het noordelijk deel van het land moest beschermen. De rivier de Waal was de belangrijkste "slotgracht" voor het "fort Holland" en een brug zou een ernstige verzwakking kunnen betekenen.

Toen aansluiting op het landelijke spoorwegennet uiteindelijk werd toegestaan werd daaraan de voorwaarde verbonden dat de spoorbrug naar Arnhem te verdedigen zou zijn. We houden daar een mooi monument aan over. Aan de stadskant van de spoorbrug is nog het bastion te zien dat voor de verdediging moest zorgen. 

De spoorbrug over de Waal

De bouw van de spoorbrug begon in 1875 en duurde tot 1879.  De oorspronkelijke spoorbrug bestond uit drie gelijke bogen. Hij is in 1980 vervangen door één boog van 235 meter. Daar is in 2004 een fietsbrug (de Snelbinder) tegenaan gebouwd. Deze fietsbrug gaat dwars door het oostelijk deel van het bastion.

De spoorbrug werd in 1879 in gebruik genomen, vijf jaar nadat de stad toestemming kreeg om de middeleeuwse stadsmuren te slechten. De stad kon uitbreiden en het lege schootsveld om de stad heen werd bebouwd. De verdedigingsfunctie van het bastion werd nutteloos.

Het zuidelijk landhoofd (bastion)

Het ontwerp van het zuidelijke landhoofd is van Pierre Cuijpers: twee in middeleeuwse stijl gebouwde torens elk van vier verdiepingen hoog. Een ondergrondse tunnel verbindt de beide torens. Op het dak van elke toren steekt een kleinere toren uit met een met leien bedekt spits dak. Op de oostelijke torenspits werd een ridderfiguur geplaatst. Misschien om af te schrikken, maar wellicht ook om met het bastion de herinnering aan de toen nog niet zo lang geleden gesloopte stadspoorten levendig te houden.

Het bastion heeft aanvankelijk nooit een verdedigende functie gehad. De torens werden omgebouwd tot twee woningen waarin tot 1936 brugwachtersgezinnen woonden. Ze hielden toezicht op de brug om te voorkomen dat waaghalzen via de brug de Waal overstaken. Er was lege ruimte tussen de sporen waardoor zo'n oversteek levensgevaarlijk was.

Pas gedurende de Tweede Wereldoorlog kreeg het bastion een militaire functie. De bovenste verdieping is tientallen jaren afwezig geweest. De Duitse militairen braken hem af om de omgeving beter te kunnen beschieten. Pas in 2014 werd deze verdieping herbouwd. 

Het complex is jammer genoeg niet te bezichtigen, maar er ligt een plan om een deel van het complex in te richten als permanente expositie rond de geschiedenis van brug en gebouw.\

Aan de westkant van de Waalkade dit Bastion, aan de oostkant: De Bastei.