Nijmegen en de spoorwegen

Nijmegen was laat met z'n spoorwegverbindingen

Utrecht en Arnhem hadden al in de jaren 30 van de 19e eeuw de kans de wallen te ontmantelen. Geen wallen betekende dat er een spoorverbinding kon worden aangelegd.
Arnhem had in 1829 de wallen afgebroken en kreeg in 1845 al een verbinding met Amsterdam en Utrecht en in 1856 met Zevenaar en Leeuwarden. Voor Nijmegen was een nationale spoorwegverbinding pas bijna 30 jaar later, in 1879 weggelegd. Waarom?

De Spoorwegwet als spelbreker

Natuurlijk wilde Nijmegen halverwege de 19e eeuw net als vele andere steden ook een spoorverbinding. 

Begin 1860 kwam er een kans. Hoewel de wallen niet mochten worden gesloopt (dat mocht pas nadat de Vestingwet in 1874 was aangenomen) werd in de ontwerp Spoorwegwet geregeld dat Nijmegen een spoorwegverbinding zou krijgen met met Arnhem, 's-Hertogenbosch, Venlo en Kleef.

De wet werd in de Tweede Kamer aangenomen, maar in de Eerste Kamer met een meerderheid van drie stemmen verworpen. Dat leidde tot een kabinetscrisis. Het kabinet dat volgde nam een gewijzigde Spoorwegwet aan. Nijmegen kreeg géén spoorwegverbindingen.

Dan doen we het zelf wel

Allerminst uit het veld geslagen begon de Nijmeegse burgerij in 1860 een lobby (Nijmeegsch Spoorwegcomité) en richtte in 1863 de Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij (NSM) op. Dit resulteerde in de opening van de spoorlijn Nijmegen – Kleef in 1865, waardoor Nijmegen eerder op het Duitse spoorwegnet werd aangesloten dan op het Nederlandse net. Het houten stationnetje werd buiten de wallen gebouwd.

De stadswallen niet langer een obstakel

Zoals je elders op deze website kunt lezen is Nijmegen lange tijd binnen de wallen gevangen geweest. Opvolgende heersers beseften het strategisch belang van de stad.

Aan het eind van de 19e eeuw realiseerde de regering zich dat het hebben van wallen niet langer betekende dat je ook veilig was. In artikel 4 van de Vestingwet (de Wet tot regeling en voltooiing van het vestingstelsel, 1874) werden de verdedigingswerken genoemd die overbodig werden beschouwd. Behalve ondermeer Deventer, Grave, Groningen, Den Bosch en Zutphen werden ook Lent en Nijmegen aangewezen. De wallen mochten nu eindelijk worden gesloopt. De regering zette nu in op inundatie (onder water zetten) als verdediging. 

Nu de wallen mochten verdwijnen stond niets aansluiting van Nijmegen op de rest van Nederland meer in de weg.

Na Kleef in 1865 kwam in 1879 de spoorwegverbinding met Arnhem tot stand. Daarmee kreeg Nijmegen als laatste Nederlandse stad met meer dan 40.000 inwoners aansluiting op het nationale net. Daarna werden nog verbindingen gerealiseerd met Tilburg in 1881 en Venlo in 1883.

Nog te zien van de Nijmeegse spoorweggeschiedenis

De spoorlijn Nijmegen - Kleef ligt er nog grotendeels maar functioneert niet meer als zodanig. Er zijn wel plannen (2018) om hem te reactiveren, maar voorlopig dient de lijn alleen als toeristische attractie met draisines, een spoorfiets, die 10 tot 12 personen kan vervoeren. De draisines rijden vanaf Groesbeek richting Duitsland. Meer informatie daarover op https://grenzland-draisine.eu/nl/ De rit kan niet vanuit Nijmegen starten omdat de lijn hier deels is verdwenen en deels is verboden in verband met de veiligheid. Hij ligt te dicht bij de spoorlijn richting Venlo.

Het monumentje ter herinnering aan de opening van de lijn Nijmegen - Kleve staat nabij de zuidwestelijke ingang van het Valkhofpark 
Het monument werd opgericht in 1884 aan de voet van het Valkhof ter herinnering aan de totstandkoming van de Spoorlijn Nijmegen - Kleef, waaraan sinds 1865 was gewerkt. Het monument werd ontworpen door architect Jan Jacob Weve. Het beeld van de godin Victoria is een afgietsel van een classicistisch beeld dat Christian Daniel Rauch maakte voor de tempel Walhalla bij Regensburg.

Het tijdelijke hoofdgebouw, een zeer eenvoudig vakwerkgebouw dat in 1878 voor de Staatsspoorwegen werd gebouwd en de voorloper van het gebombardeerde station(zie hieronder). In 1894 werd het verplaatst naar de Ooypolder. Je kunt het nu vinden aan het begin van de Ooysedijk, net na het Ooyse Sluispad, aan de linkerkant. 

Restanten van het in de oorlog (1944) gebombardeerde neogotische gebouw uit 1894 van C.H. Peters. C.H. Peters was een leerling van dr. P.J.H. Cuypers de architect van Amsterdam CS. Dat was wel te zien! 

"Nijmegen had [nadat het eindelijk goede nationale spoorverbindingen had gekregen] behoefte aan een groter stationsgebouw en in juli 1892 werd begonnen met de bouw van een van de mooiste stationsgebouwen die Nederland ooit zou hebben. .....

Op 22 februari 1944 kreeg het stationsgebouw enkele voltreffers. Na de oorlog was er nog weinig van over. Tien jaar na de verwoesting van het station stond er een nieuw gebouw van de hand van S. van Ravesteyn. Wie goed kijkt, vindt echter nog een aantal oude fragmenten. Twee gebouwtjes op het eilandperron zijn nog authentiek. Vrijwel de gehele vooroorlogse perronoverkapping is nog intact, evenals een groot gedeelte van de perrongevel van het hoofdgebouw. Zelfs de tunnels onder het spoor door bevatten nog hardstenen fragmenten uit 1894. Met dank aan Stationsweb.nl

landhoofd van Pierre Cuijpers. WikipediaDe spoorbrug in de lijn naar Arnhem. In de Tweede Wereldoorlog werd de middelste boog van de brug twee keer opgeblazen. De spoorbrug maakte deel uit van de Waaloversteek, onderdeel van Operatie Market Garden. In 1945 werd de schade hersteld en konden er weer treinen rijden. In 1984 werd de brug gemoderniseerd. Nu werd er in plaats van drie slechts één boog geconstrueerd. WikipediaHet landhoofd, dat aanvankelijk gesloopt zou worden, werd een rijksmonument. In 2009 werd het landhoofd gereconstrueerd. Het ziet er uit als een stadspoort en dat was ook de bedoeling: het was een herinnering aan de tijd dat je via de stadspoorten een stad binnenging.
Meer over dit Bastion bij de Nijmeegse spoorbrug.

Dank aan Stationsweb, Nederlands grootste verzameling stationsfoto's en Wikipedia (meerde lemma's).