De gierpont Zeldenrust

Voordat de Waalbrug er was werd het verkeer over de Waal van en naar Nijmegen met een veerpont overgezet. Natuurlijk moet al eeuwen daarvoor iets van een veer hebben gefunctioneerd, maar vanaf 1657 heeft een gierpont de verbinding over de Waal verzorgd. De laatste droeg de naam Zeldenrust.
Of Nijmegenaar Hendrik Heuck de uitvinder van de gierpont was is niet helemaal zeker. Peter of Pieter Croon uit Zegwaard zou hem al eerder hebben bedacht. Vermoedelijk heeft Hendrik Heuck hem echter zodanig verbeterd dat hij in de praktijk toepasbaar werd. 

Zo werkt een gierpont

Bij de gierpont wordt gebruik gemaakt van de kracht van de stroming in de rivier. Het plaatje hiernaast toont de veerpont Culemborg II die op hetzelfde principe is gebaseerd als de Zeldenrust. Met dank aan Veerpont Culemborg.

De veerboot is aan een lange ketting in het midden van de rivier vastgemaakt. Normaal gesproken zou het schip op de stroming in het midden van de rivier blijven liggen. Door echter de hoek die de boot met de ketting maakt te veranderen kan de veerbaas de boot zodanig op de stroming leggen dat het water het veer één richting op duwt. Door de kracht van het water in combinatie met de hoek waaronder het schip in het water ligt "slingert" hij als het ware van de ene naar de andere oever. Van Lent naar Nijmegen en terug.

Deze uitvinding betekende een staaltje van energiebesparing van de eerste orde en alleen ijsgang kon hem stoppen.

Gevolgen van het verdwijnen van de gierpont

Met de komst in 1936 van de Waalbrug eindigde een periode van bijna 280 jaar gieren. Dat was alles behalve lachen. Het betekende een gevoelige slag voor de handel aan de Waalkade die juist door de pont kon groeien en bloeien. Met de handel verdwenen de rijkdom en het aanzien van de hele Benedenstad. Deze neergang veranderde de onderstad goeddeels in een krottenwijk.

Na de oorlog richtte de gemeente  alle aandacht eerst op herstel van de door het bombardement zwaar getroffen bovenstad. Daardoor ging de Benedenstad nog verder achteruit. Pas in de jaren '80 van de vorige eeuw is de onderstad gerehabiliteerd. Ze werd ondanks alle verval en sloop op 18 februari 1980 door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. Vooral door de aan die aanwijzing gekoppelde subsidies en mede door toedoen van het Buurtcomité Benedenstad is een aantrekkelijke woonwijk met veel sociale woningbouw ontstaan. Gelukkig zijn daarbij het stratenpatroon en het dakenpatroon van de oude stad in ere gebleven  (een voorwaarde voor rijkssubsidie) en is en wordt nu vooral door particulier initiatief veel ouds alsnog hersteld.